Zaterdag, 15 april 2006 Column 'GePOLlijst' van Pol Goossen Broodfok Obscure schuurtjes met tochtgaten,type kerststal. Doch zonder os,ezel,wierook en mirre. Plastieken bakken met daarin pups van alle ras en stand. Kopen? Nog voor het eerste woord valt, krijg je een hoopje hond in de pollen geduwd. Niet wild, nee,lief en schijnbaar heel gezond. Hoesten, braken en chronische diarree. Een kruising van een kruising. Inteelt, ook bij de mens terecht verboden. Fokken van honden alleen maar om de platte poen. In één woord:weerzinwekkend. Een verbolgen Christine had als stuitend bewijs haar levend didactisch materiaal bij zich: een stumperd van een Cavalier King Charels Spaniel, uitgemergeld en wezenloos in een mand, teef, 10 jaar oud en naamloos. Tot voor enkele weken compleet verwaarloosd: uitgehongerd, amper 4kg, droge ogen, zware dubbele ooronsteking, aangekoekt vuil van jaren en ontstoken poten van steeds maar in het eigen vuil te moeten liggen. Gedekt worden en werpen was de opdracht. Zo snel en zo veel mogelijk geld scheppen voor de baas, voor de fokker, voor de mother-fucker. Vlaanderen barst ervan. Vlaanderen mijn land, le plat pays qui est le mien. Lissa heet het hondje nu. Een warm en veilig nest is sinds kort haar doel. Toen ze na jaren duisternis eindelijk de frisse lucht intrippelde, brak ze harten en liet tranen vloeien. Een ondraagelijke stank droeg ze met zich mee. De stank van BROODFOK, één om nooit te vergeten. Wie kan de oudste vriend van de mens zoiets aandoen? Dat zo'n brok ellende nog vertrouwen toont, is op z'n zachts gezegd aangrijpend. Lissa kan na driekwart levensloop een bestaan beginnen waar elke hond recht op heeft. Hunkerend om alsnog moeizaam te leren en te ontdekken. Zelfs een zacht kussen zaait paniek, hard beton lijkt veiliger. Na de zesde wasbeurt mét shampoo eindelijk schuim, eindelijk een blanke Cavalier buik, zacht en lekker ruikend. Roze, ongebruikte voetzolen en de doffe blik in haar ogen zijn voltooid verleden tijd. Een deugeniet is geboren: draf en galop met flapperende oortjes. Na één decennium mogen rennen als een puppy. Geluk heet dat.