BROODFOKMAFFIA BEDREIGT ACTIVISTEN MET DE DOOD

Oosteuropese broodfokkers niet van plan hun lucratieve handel op te geven

 

Wilsele, 19 augustus 2006 – De Anti-Broodfok Actie (ABA) laat weten dat de Oosteuropese broodfokkers niet van plan zijn om hun lucratieve handel in honden en pups zonder slag of stoot op te geven. ABA ijvert voor een aanpassing van de wetgeving inzake het fokken van honden en wil ook de ongebreidelde import van honden en puppies uit het voormalig Oostblok aan banden leggen. De Hongaarse dierenrechtenactiviste Márta Harcsás van de anti-broodfok groep MÁTSZ werd jarenlang met de dood bedreigd. Na een langdurige coma, veroorzaakt door Dobberman broodfokkers, moest zij een zware hersenoperatie ondergaan, met geleidelijke blindheid tot gevolg. Tijdens haar herstel bleef ze zich ondanks fel verzet van de broodfokkers inzetten voor de broodfokteefjes en -pups. Uit vrees voor haar leven ziet zij nu geen andere uitweg meer dan haar activiteiten te stoppen. De Hongaarse overheid, die nochtans dierenrechten in haar wetgeving opnam, ondernam tot dusver geen enkele stap om dit onrecht tegen te gaan. De instroom van jonge, vaak zieke broodfokpups naar verschillende Europese landen, waaronder België, kan dus ongestoord zijn gang blijven gaan. ABA herhaalt haar oproep om strengere controles aan de douane.

 

Kristien Hens, Voorzitster van ABA, is formeel: “Er bestaat een internationale wetgeving, die bepaalt dat pups niet van het ene naar het andere land mogen vervoerd worden tot ze minstens drie maand oud zijn. Ze moeten immers de nodige vaccinaties gehad hebben. Het vaccin tegen hondsdolheid is hiervan het belangrijkste. Idealiter zijn de honden ook gevaccineerd tegen kennelhoest, honden- en kattenziekte. Ze worden immers meestal in grote groep vervoerd, waarbij tientallen pups dicht opeen gepakt zitten en dus heel vatbaar zijn voor besmettingen van elkaars ziektes. Het transport duurt lang en is bijzonder vermoeiend voor de jonge dieren die pas van hun moeder gescheiden werden. Een derde tot de helft van de pups overleeft het transport niet. Ieder transport is een ware slachting die zich in stilte voltrekt. ABA wil die stilte doorbreken en de mensen bewust maken van de tragedie die schuilt achter de lieve snoetjes van de pups die zij te zien krijgen bij de Belgische broodfokkers, die de Oosteuropese pups maar wat graag zien komen.”

 

Pups uit het voormalig Oostblok zijn heel populair bij Belgische broodfokkers. Ze moeten immers zelf niet instaan voor de verzorging van de moederdieren, ze lopen geen risico op controles. Voor een Oosteuropese puppy betalen ze slechts enkele euro’s. Ze verkopen die via een netwerk van dierenspeciaalzaken vervolgens door aan gemiddeld 450 euro per pup. Zieke of verzwakte pups worden genadeloos geliquideerd of komen terecht in het Belgische broodfokcircuit als fokteef.

 

De controles aan de Belgische grenzen zijn vaak een lachertje. “Er circuleren massa’s valse dierenpaspoorten,” vertelt Kristien Hens. “Het hoofdprobleem is het nijpend tekort aan middelen om de dierentransporten te controleren. Om de ware leeftijd van een pup te achterhalen, is dierengeneeskundige kennis vereist. Een dierenarts kan bepalen of een pup al dan niet drie maand oud is. Maar hoeveel dierenartsen werken bij de Belgische douane? Om te controleren of een pup al dan niet gevaccineerd is, is een bloedanalyse nodig. Het spreekt vanzelf dat het onmogelijk is om de duizenden honden, die wekelijks in België geïmporteerd worden, allemaal bloed af te nemen. Het is hoog tijd dat de overheid drastische stappen onderneemt inzake deze materie.”

 

Maar niet alleen het lot van de broodfokpups blijft een bekommernis van ABA. “Zolang de pups ongehinderd in België geïmporteerd kunnen worden, blijft het leed van de broodfokteven voortduren. Zij overleven in de meest gruwelijke omstandigheden en zijn lichamelijke en emotionele wrakken. De foto’s in bijlage spreken voor zich. Klachten ingediend tegen Oosteuropese broodfokkers worden een na een geseponeerd. Veel van de Oosteuropese pups, die het transport overleven, belanden in de reeds overvolle Belgische asiels. Omdat ze de cruciale socialisatieperiode misten, vertonen velen van hen vaak agressief gedrag en kunnen ze een gevaar vormen voor het gezin. Het zal de broodfokkers worst wezen…,” aldus nog Kristien Hens.

 

Ook Saartje Vandendriessche steunt de oproep van ABA om strengere controles in te voeren op de import van broodfokpups uit Oost-Europa. “Het is inmiddels duidelijk dat België niet moet rekenen op maatregelen in de landen van oorsprong. Broodfok is een internationaal probleem, dat zowel bij de aanbieders van honden in het buitenland als bij de vragende partijen in eigen land dient aangepakt te worden. Voor wat bijvoorbeeld dit specifiek verhaal betreft van de Hongaarse dierenrechtenactiviste Márta Harcsás, weet dat zij geen alleenstaand geval is. De voorbije maanden werden in Budapest duizenden honden genadeloos afgeslacht. Perfect gezonde, niet-agressieve honden werden zonder enige verdoving doodgeslagen met een knuppel of bijl in speciaal daarvoor opgerichte centra. Duizenden andere wachten hetzelfde lot. De Hongaarse overheid reageert niet, ze vinden de ‘opkuis van de stad’ wel positief. Hongaarse dierenrechtenactivisten die zich hiertegen verzetten, worden ook bedreigd. Vanuit die hoek moet België dus geen maatregelen verwachten die de instroom van jonge pups een halt zullen toeroepen. Als België inderdaad zijn verantwoordelijkheid wil opnemen inzake het respecteren van het dierenwelzijn, zal onze overheid zelf het heft in handen moeten nemen door strengere controles aan de grenzen te voorzien,” aldus Saartje.